| DE ZEEKAT,
onder de Belgische duikers beter bekend
als de sepia, is voor menig onder ons
het onderwerp van gesprek in deze tijd
van het jaar. Elk jaar wanneer het water
stilletjes aan begint op te warmen, 10-12°C,
lopen we allemaal warm om weer het water
in te duiken, gedurende de meimaand is
het dan vooral aanschuiven aan de Zeelandbrug
om toch een glimp van de parende sepia’s
op te kunnen vangen. Maar wat weten wij
nu over deze toch wel fascinerende dieren
?
De sepia of zeekat, officiële
naam de Sepia Officinalis, behoort tot
de koppotigen (Cephalopoda) en dan meerbepaald
tot de tienpotige inktvissen. Hun mond
is omgeven door 10 tentakels, waarvan
er twee beduidend langer zijn. Deze
twee vangarmen zijn het belangrijkste
instrument bij het jagen, afgeplat aan
het uiteinde met een zuignap. Terwijl
de acht mondtentakels, rondom de papegaaiachtige
mond, aan de binnenzijde volledig met
zuignappen bezet zijn. Zeekatten hebben
een vrij breed en afgeplat lichaam,
waardoor ze in de doorsnede ovaal zijn.
Hun ogen zijn zeer groot en lijken een
beetje op die van de mens.
Hun achterlijf dat direct verbonden
is met de kop, is eigenlijk de voorzijde
van het lichaam, daar bevinden zich
de anus en de kieuwen. De voet is omgevormd
tot adembuis. Hun inwendige skelet of
schelp is waarschijnlijk het bekendst
bij vogelliefhebbers, het is namelijk
na het afsterven het enige overblijfsel
en spoelt regelmatig aan op de kusten
(zeeschuim). Het wordt gebruikt in vogelkooien
om de snavel van de vogeltjes te scherpen.
Wanneer wij de sepia’s onder
water tegen het lijf lopen, lijken ze
zich vaak traag voort te bewegen, door
middel van hun als een zoom rond het
lichaam gevormde vinnen. Echter het
blijken snelle zwemmers te zijn, daarvoor
kunnen zij het water verzameld in de
mantelholte zeer krachtig naar buiten
stoten en op die manier een straalaandrijving
creëren.
Sepia’s kunnen tot zo’n
50 cm groot worden, maar in realiteit
worden ze zelden groter dan 30 cm. In
theorie zijn ze zwartbruin gestreept
of gevlekt, met een lichte groen fluorescerende
buik, maar in de praktijk kunnen zij
door middel van pigmentcellen zeer snel
van kleur wijzigen en hierbij zelfs
de kleur van de ondergrond aannemen.
Vandaar worden zij ook wel de “kameleons
van de zee” genoemd.
Bij het jagen gaan ze heel bijzonder
te werk, het dier beweegt zich langzaam
over de zeebodem, terwijl het waterstraaltjes
over de zandbodem blaast om de garnaaltjes
te doen opschrikken. Wanneer dit lukt,
grijpen de bliksemsnelle vangarmen de
prooi alvorens deze de kans heeft zich
weer in te graven. Ter verdediging heeft
de sepia verschillende mogelijkheden,
in de eerste plaats zal het dier zich
zoals een platvis ingraven in het zand.
Ten tweede hebben zij een inktklier
die een zwartbruine substantie afscheidt,
dewelke als verdediging naar buiten
wordt gestuwd om de aanvaller te desoriënteren.
De zeekat overwinterd in het diepere
water van het continentale plat, maar
in het voorjaar (mei, juni) keren zij
weer naar het ondiepere water, hun geboorteplaats,
om er te paren. Men treft deze dieren
dan ook meestal in paren aan. Het voorspel
kan uren duren, het mannetje volgt het
vrouwtje overal en streelt haar met
zijn mondtentakels, en eindigt in het
wilde omstrengeling waarbij beide dieren
sterk van kleur veranderen. Het is dan
dat de bevruchting plaatsvindt. Direct
na de paring begint het vrouwtje reeds
de eitjes af te zetten op wieren, touw,
betonijzers, … Aan de Zeelandbrug
werden door duikers speciale constructies
geplaatst bestaande uit hekwerk of netten
waarop de eitjes worden afgezet. De
eitjes zijn donker van kleur en worden
in druifvormige trossen afgezet.
Na het leggen van de eieren sterven
de vrouwtjes, de mannetjes keren nog
terug naar dieper water, maar ook zij
zullen kort daarop sterven. De jonge
inktvisjes ontwikkelen zich zonder larvestadium,
ze komen rechtstreeks uit het ei na
+/- 60 dagen. Ze zullen zich onmiddellijk
verschuilen tussen de oesters en in
de zandbodem. Eén jaar en ongeveer
15 cm later verlaten ze de geboortewateren
naar het continentale plat. En weer
een jaar later herhaalt de geschiedenis
zich.
|