Archimedes
De Archimedes
was een stoomzeilschip dat in 1839 haar
eerste reis maakte. Dit stoomzeilschip werd
gebouwd in Engeland voor de Ship Propeller
Company en het bijzondere van dat schip
was, dat het was uitgevoerd met de eerste
schroefpropeller en sloot hiermee het tijdperk
van de raderboten af. De Archimedes had
een lengte van ongeveer 41 meter, een breedte
van 8 meter en een hoogte (holte) van zo'n
8 meter. Het schip mat 240 Bruto Register
Ton (BRT). De krukas en de zuigerstangen
zijn nog goed te zien van het wrak. Hier
en daar liggen er wat delen van de boeg.
Na wat onderzoek bij het Bureau Hydrografie
van de Koninklijke Marine in Den Haag en
de archieven van de Zuid-Hollandse Reddingsmaatschappij
bleek dat dit Britse stoomzeilschip Archimedes
mogelijk in 1868 op de zandbank van ”Maasdroogen”
was vergaan. Dit stalen wrak ligt op 18
meter diepte bij slag baardmannetje.
De Amsterdamned
In
1987 vonden in het Oostvoornsemeer filmopnamen
plaats voor de Nederlandse speelfilm 'Amsterdamned'
een film van Laurens Geel en Dick Maas.
Deze film brak in 1989 alle bioscooprecords.
In de film 'Amsterdamned', die zich afspeelt
in het sportduikersmilieu, vergaat er een
klein houten scheepje in de grachten van
Amsterdam. Daar de Amsterdamse grachten
totaal ongeschikt waren voor de filmopnamen
onderwater, had men besloten deze onderwateropnamen
in het Oostvoornsemeer te maken. Een houten
scheepje werd aldus afgezonken en de filmopnamen
gemaakt. Van dit houten wrakje, wat 15 meter
diep bij slag baardmannetje ligt, is weinig
van over doordat het veel bedoken is. Er
resten alleen nog maar enkele plankjes.
Vliegtuigwrak
Het
Oostvoornsemeer herbergt een wrak dat in
het duikerswereldje zo goed als tot een
mythe is verheven: het vliegtuigwrak. In
de zomer van 1967 werden bij zuigwerkzaamheden
in het huidige Oostvoornsemeer vliegtuigwrakstukken
aangetroffen. Er werden ronde trommels met
munitie uit 1938-1939, alsmede een mitrailleur
van het type Browning MK11 en een vliegtuigmasker
naar boven gehaald. Verder nog vele platen
vliegtuigaluminium, alsmede spanten die
deel uitmaakten van de romp en de vleugels.
Naar de herkomst van de wrakstukken werd
een onderzoek ingesteld, waaruit bleek dat
deze afkomstig waren van een Engelse bommenwerper
van het type Bristol Blenheim. De bommenwerper
was van het 18e Squadron van de R.A.F. en
werd vermoedelijk na een aanval in de Rotterdamse
haven terugvliegend naar Engeland door een
aantal Duitse jagers van het type Messerschmidt
110 neergeschoten. De 3 koppige bemanning
hebben de crash niet overleefd. De piloten,
Lt. Wormington en Sergeant Maydon zijn begraven
in Oostvoorne en Sergeant Stanley is nooit
gevonden. Tijdens de oorlog heeft men de
staart en één van vleugels
met motoren geborgen. Ondanks de vele duik-speurtochten
naar het wrak is het niet meer teruggevonden,
mogelijk zijn de overgebleven aluminium-resten
vergaan en door de afkalving van de kant
onder het zand geraakt.

Het oostvoornse
meer is ontstaan in de jaren zestig bij de
aanleg van de Maasvlakte. Vandaag is het een
zeer populaire oefenplaats voor sportduikers
uit Nederland, maar ook Belgen en Duitsers
vinden hun weg ernaartoe. Speciaal voor de
duikers werd een steiger aangelegd ter hoogte
van Paviljoen De Stormvogel, voorzien van
twee trappen om zonder moeite uit het water
te kunnen komen.
Omdat het Oostvoornse
meer geïsoleerd ligt, is de fauna en
flora hier niet zo rijk. Toch vind je hier
driedoornige stekelbaars, paling, tarbot,
dikkopjes, donderpadden, puitaal, regenboogforellen
(die hier uitgezet worden) en kokkels.
Het Oostvoornse
meer is een recreatiegebied, er wordt dus
niet alleen gedoken, ook andere watersporten
komen er aan bod, echter alleen niet gemotoriseerde
vaartuigen kunnen hier terecht. Voor de duikers
zijn steigers aangelegd en liggen er zowel
bij slag Baardmannetje als bij Slag Stormvogel
oefenboeien op verschillende dieptes. Er werden
ook verschillende onderwaterobjecten afgezonken,
o.a. een kever, een onderwatertunnel ...
Voor de zandwinning
was deze voormalige zandbank een scheepskerkhof,
er liggen dus heel wat wrakken. Waarschijnlijk
nog wel meer dan degene waarvan we tot nu
toe de locatie bepaald hebben. |